Workshop oefeningen en activiteiten

Er bestaan veel verschillende oefeningen, spellen en activiteiten die ingezet kunnen worden tijdens workshops om

  • de deelnemers beter te leren kennen,
  • vertrouwen te winnen en
  • om te evalueren. 

Hieronder enkele voorbeelden.

Kennismaking

DIT BEN IK, DIT BEN IK NIET

Doel: Kennismaking, focus op de eigen identiteit, iets van jezelf laten zien

Uitleg:

De groep staat in een kring. Om de beurt zeggen de deelnemers ‘ik ben...’ waarbij ze hun eigen naam noemen en een beweging of gebaar maken die iets zegt over wie hij/zij is. De rest van de groep herhaalt de naam en de beweging. Ga de hele kring langs. Herhaal de oefening nogmaals, maar nu met de zin ‘...is niet’, waarbij de deelnemers een beweging of gebaar maken die iets zegt over wat ze niet zijn.

Nu kent de groep bij ieder persoon twee bewegingen of gebaren. De volgende stap is dat de deelnemers één voor één in het midden van de kring gaan staan zonder zelf iets te zeggen of te doen. De rest van de groep zegt nu de naam van de persoon in het midden en maakt daarbij een beweging of gebaar die hij/zij maakte. Eerst een ronde voor de bewegingen of gebaren ‘ik ben...’ en daarna voor ‘...is niet’.

(Uit: Formaat (2013). Bridging the Divide. Rotterdam)

IEDEREEN DIE...

Doel: Kennismaking, warming up

Uitleg: 

De groep zit in een ruime cirkel op stoelen, de facilitator staat in het midden en heeft als enige geen stoel. De facilitator begint met “Iedereen die...” en zegt dan iets dat geldt voor hem- of haarzelf. Bijvoorbeeld: “Iedereen die bruin haar heeft”. Iedereen die bruin haar heeft staat op en zoekt een andere stoel. Ook de persoon in het midden gaat een stoel zoeken, dus er zal iemand anders in het midden overblijven die opnieuw zegt “Iedereen die...” en dan iets dat geldt voor deze persoon.

(Uit: Formaat (2013). Bridging the Divide. Rotterdam)

MAPPING

Een veelgebruikt instrument dat belangrijke informatie kan opleveren is ‘mapping’. Verschillende dingen kunnen worden ‘gemapd’ oftewel in kaart worden gebracht, volledig afhankelijk van de gewenste informatie. Een voorbeeld is de ‘Community Map’ die informatie kan bieden over plekken in de wijk: waarom deze belangrijk/ gevaarlijk/ veilig/ leuk/ saai zijn en volgens wie. Dit kan een eerste stap zijn in het ontdekken en benoemen van problemen die leven in de gemeenschap.

Oefening: Community Map

Doel: Eerste indruk van de groepsdynamieken, wijkdynamieken en persoonlijke interesses.

Uitleg:

  • Gebruik een groot vel papier.
  • Teken in een groep (of in kleinere subgroepen) een kaart van de buurt. (Deze kaart hoeft niet perse getekend te worden, andere technieken of materialen kunnen worden gebruikt.)
  • Het is een mogelijkheid om een bepaald thema te bepalen van wat er op de kaart zal worden getekend.
  • Bespreek de kaart om deze te verklaren.
  • Bewaar (of maak een foto van) de tekening en kom er op terug tijdens de latere fasen van het project.  (International HIV/AIDS Alliance, 2006)

Het proces van het gezamenlijk ontwikkelen van de kaart zal ook persoonlijke informatie over individuen naar voren brengen. Sommige mensen zijn bijvoorbeeld in staat om heel precies één bepaald deel van de kaart (van de buurt) te beschrijven en weten heel weinig over een ander deel, wat kan betekenen dat ze meer tijd besteden in het eerste deel. Discussies over de kaart en de vormgeving ervan geven een idee van de groepsdynamiek: wie neemt de leiding, wie heeft niets te zeggen en welke mensen brengen tijd door in dezelfde gebieden in de buurt. 

Het is ook belangrijk om ​​duidelijk zicht te krijgen op de verwachtingen, gedachten, dromen en wensen van mensen wat betreft het project. Een voorbeeld oefening is 'Het Hoofd-Hart-Hand-Poppetje’. 

Oefening: 'HET HOOFD-HART-HAND-POPPETJE’

Doel: Uiting van verwachtingen, gedachten, dromen en wensen.

Uitleg:

  • Teken een poppetje op een groot vel papier.
  • Dit kan individueel of als groep worden gedaan.
  • Schrijf bij het hoofd van het poppetje: wat zijn uw gedachten over het project/ de workshop/ de begeleider/ etc.?
  • Schrijf bij het hart van het poppetje: wat zijn uw gevoelens?
  • Schrijf bij de hand van het poppetje: wat verwacht u dat het project oplevert?
  • Bespreek de aantekeningen op het poppetje.
  • Bewaar (of maak een foto van) de tekeningen en kom er in de latere fasen van het project op terug.

(C. Lindo, November 2011)

Vertrouwen

Een belangrijke voorwaarde van participatie is vertrouwen: in de mede-deelnemers en in de professional. Naast het feit dat vertrouwen wordt gestimuleerd door eerlijk- en openheid en het nakomen van afspraken, zijn verschillende oefeningen om het vertrouwen in elkaar, maar ook onderlinge samenwerking te vergroten.

FLAUWVALLEN

Doel: Vertrouwen, samenwerking, elkaar leren opvangen

Uitleg:

Geef alle deelnemers in de groep een nummer, van één tot en met de hoeveelheid deelnemers in de groep. Leg uit dat het bij deze oefening belangrijk is dat we met elkaar zorgen dat niemand valt, dus dat we iedereen op tijd opvangen. Als de facilitator een nummer roept, dan gaat deze persoon “flauwvallen”. Het flauwvallen gebeurt op de volgende manier: de deelnemer strekt de handen in de lucht, geeft een gil, en laat zich dan vallen. Het is belangrijk om deze volgorde aan te houden, en niet te snel te doen, zodat de groep kan reageren. De groep moet degene die flauwvalt zo goed mogelijk opvangen. Als dat gedaan is lopen alle deelnemers weer door de ruimte tot het volgende nummer geroepen wordt, en er dus iemand anders flauwvalt.

Doe dit een paar keer. Roep nu, als het goed gaat, twee nummers tegelijk. En als dit ook goed gaat en de groep groot genoeg is, roep dan drie nummers tegelijk.

(Uit: Formaat (2013). Bridging the Divide. Rotterdam)

EILANDEN

Doel: Fysieke opwarming, vertrouwen, samenwerking, barrières rondom aanraking wegnemen

Uitleg:

Plaats de stoelen kriskras door de ruimte en laat iedereen op een stoel zitten/staan. Leg uit dat de stoelen allemaal heerlijke tropische eilanden zijn. De ruimte erom heen is de oceaan, die er nu rustig en kalm uit ziet, maar er ligt een gevaar op de loer. Er zwemmen namelijk haaien, die door de facilitator met de kreet “Haaien!” worden aangekondigd. De groep mag nu heerlijk gaan zwemmen, door in de ruimte te lopen. Als er “Haaien!” wordt geroepen moet iedereen zo snel mogelijk weer een eiland zoeken. Want als er nog een lichaamsdeel van iemand het water raakt, zal deze opgegeten worden door een haai. Het is de verantwoordelijkheid van de groep om ervoor te zorgen dat niemand wordt opgegeten.

Laat de groep dit één keer doen, en als iedereen veilig op een eiland zit, vertel dan het volgende gevaar: “Er verdwijnen steeds meer eilanden in de zee”.

Laat de groep “zwemmen” en neem steeds één of meerdere stoelen weg, waardoor deelnemers gedwongen worden om samen op een eiland te staan. Ga door met stoelen weghalen tot het maximaal aantal mensen op een stoel is bereikt.

(Uit: Formaat (2013). Bridging the Divide. Rotterdam)

BLIND OVERSTEKEN

Doel: Blind vertrouwen, teamwerk

Uitleg:

Ga met de groep in een cirkel staan. Vraag of iemand een vrijwilliger wil zijn. Deze vrijwilliger sluit de ogen en is een “blinde” die wil oversteken. De “blinde” gaat voor een andere deelnemer staan. Deze deelnemer duwt (lichtjes) de “blinde” naar iemand anders in de cirkel. De “blinde” blijft lopen totdat een ander persoon in de cirkel hem/haar tegenhoudt, omdraait en een andere richting uitstuurt. De ogen blijven dit gehele proces gesloten. Vervang na enkele keren de “blinde” persoon.

Na enkele keren kunnen er meerdere “blinden” worden aangewezen. De andere deelnemers moeten er voor zorgen dat de “blinden” niet tegen elkaar lopen.

Reflectievragen: “Wat was aangenamer, in de cirkel of in het midden?” en “Had je vertrouwen in de groep?”

(Uit: Formaat (2013). Bridging the Divide. Rotterdam)

Evalueren

Ook zijn dergelijke oefeningen erg nuttig bij het evalueren van het project: sluit het project aan op de doelstellingen van de doelgroep? Draait het project daadwerkelijk om de vraag van de doelgroep?

Er zijn er verschillende voorbeelden van activiteiten om de doelgroep actief te betrekken in de evaluatie:

'1-10 ANTWOORDEN'. 

Dit spel kan voor verschillende doeleinden gebruikt worden, zoals het monitoren van de ontwikkeling van de deelnemers (geloven mensen in hun vermogen om hun ​​situatie te veranderen?) of van het project zelf (hebben mensen het gevoel dat er door de anderen en door de facilitator naar hen geluisterd wordt?).

Doel: Evalueren van de voortgang 

Uitleg:

  • Ontwikkel verschillende standpunten (samen met de deelnemers).
  • Vraag mensen om elk standpunt een cijfer te geven van 1 tot 10: nummer 1 betekent helemaal mee oneens en 10 betekent helemaal mee eens. Deze oefening kan actiever worden gemaakt wanneer mensen wordt gevraagd om op een rij te gaan staan​​ waarbij de linkerkant helemaal mee oneens betekent en de rechterkant helemaal mee eens betekent. Zij kunnen overal op de lijn gaan staan.
  • De positie op de lijn of het cijfer moet individueel worden bepaald.
  • Vraag mensen of zij hun positie of cijfer uit willen leggen. 

(N. Abraham, November 2011)

Evalueren aan de hand van oefeningen kan (en zou moeten) worden toegepast in elke bijeenkomst en workshop. Er bestaan korte en eenvoudige oefeningen en spelletjes ​​om een bepaalde workshop of de voortgang van het project te evalueren. Een manier om dit te doen is aan de hand van 'Body Sculptures'/ ’Poses’. Deze oefening kan worden gebruikt aan het einde van de sessie om deze te evalueren.

Oefening: POSES

Doel: De sessie evalueren.

Uitleg:

  • Vraag iedereen om ‘een ​​foto/pose’ te maken met behulp van hun lichaam over wat ze denken of voelen bij de hele sessie of specifieke onderdelen van de sessie.
  • Dit kan als een groep of individueel.
  • Vraag hen om een geluid te maken dat past bij hun pose of om een woord/ een zin te geven die hun pose verklaart. Vraag indien nodig om uitleg.
  • Een variatie: vraag iedereen om een partner te kiezen en om de ander te 'vormen' tot een pose die vertegenwoordigt hoe zij zich voelen of wat zij denken. Het is mogelijk om eerst aan de andere deelnemers te vragen wat zij denken dat de pose uitbeeld en laat vervolgens de persoon zelf zijn/ haar pose toelichten.

Het hierboven beschreven spel is één manier om poses te gebruiken, er zijn echter vele verschillende doeleinden waarvoor ingezet kan worden.

Literatuur (meer info en handige tools):

  • Reflect-action  (achtergrond en methode)
  • Tools Together now, International HIV/AIDS Alliance (2006) (verschillende oefeningen gericht op een aids-project, die echter ook prima aan te passen zijn aan elk ander onderwerp)
Reacties
Doe mee aan de discussie! Login of registreer om reacties te kunnen plaatsen.

Media