Tips voor plannen van aanpak!

In je eentje een lastig vraagstuk tackelen is vaak lastig, maar ook samen met anderen is het een uitdaging. Wat is de vraag, wie zijn er betrokken en wat kun je met elkaar – vanuit een specifieke thematiek/methodiek – voor elkaar krijgen? We bespreken verschillende aanpakken van vier experts: 

Lucas Zoutendijk | Studio 1:1 

Lucas is eigenaar van Studio 1:1. Studio 1:1 is een creatief onderzoeks- en ontwerpbureau dat zich specialiseert op sociaalmaatschappelijke- ruimtelijke- en ecologische vraagstukken. Door cross-sectorale samenwerking met experts en inclusieve co-creatie staat leefbaarheid voorop. Met deze information-based ontwerpaanpak zijn zij ook bij de pers in het oog gesprongen.

Lucas sprak vanuit zijn verschillende rollen die hij speelt in een project: 

  • Verbinder; heeft neutrale positie en brengt alle belanghebbenden bij elkaar.
  • Levert een concreet ontwerp op (waar mogelijk/gewenst); altijd op basis van wensen van belanghebbenden zoals de bewoners.
  • Informatieoverdracht; maakt vertaalslag tussen verschillende belanghebbenden en brengt de informatie/ boodschap over op een ‘andere’ manier (ludieke/speels/beleving).

Hij gaat uit van de (maatschappelijke) vraag van de opdrachtgever. In zijn projecten heeft hij hierdoor een verschillende aanpak, maar de opbouw is vergelijkbaar:

  1. Introductie thema
  2. Verkennen:
    • Welke processen zijn er?
    • Wie hebben hier allemaal mee te maken?
    • Probeer niet gelijk in oplossingen te denken maar het probleem eerst helemaal uit te diepen.
    • Selecteer enkele onderwerpen waar je op doorgaat.
  3. Dromen:
    • Verzamelen alle ideeën en dromen over wat er mogelijk zou zijn, niets is te gek.
    • Selecteer één ideeën of een combinatie van meerdere ideeën.
  4. Hoe gaan we dit aanpakken:
    • Maak het concreet: wat moet er gebeuren om dit voor elkaar te krijgen?

Bekijk eens de projecten Mierenstad en Watertafel. Lucas werkt met visueel aantrekkelijke beelden en materialen. Dit zorgt zowel voor publiek als media-aandacht.  

Iris van den Akker | masterstudent Kunstbeleid en kunstbedrijf 

Hoe kunnen belangen van verschillende stakeholders samen komen in een gezamenlijk beleid? Iris heeft de afgelopen maanden onderzoek gedaan in het Liniekwartier in Breda, vanuit de institutionele theorie. Hierbij staat de opvatting centraal dat de keuzes en acties van organisaties onder andere worden gestuurd door het organisatieveld waartoe zij behoren.

  • Blijf neutraal, objectief en stuur zo min mogelijk
  • Mijd vakjargon en het eigen referentiekader
    • Je wil een zo zuiver mogelijke taal ophalen. Door neutraal en objectief te blijven als onderzoeker blijven verhalen in hun vorm en zo dicht mogelijk bij de eigen leefwereld.
  • Focus op de beleving, ervaring en zingeving van de organisaties betrekkende een mogelijk samenwerkingsverband en zoek naar gemene delers.
    • Kan je doen door te kijken naar (Vermeulen, 2011):
      1. Ik-kant: wat vertelt organisatie over de eigen persoonlijke belevenis, vakmanschap en het eigen perspectief?
      2. Wij-kant: wat vertelt organisatie over de organisatie(s), de cultuur en de samenwerking?
      3. Zij-kant: wat vertelt organisatie over de vraagkant, de samenleving, de burger, patiënt of cliënt?
      4. Het-kant: wat vertelt organisatie over werkprocessen, wetten, en/of systemen?
  • Tactieken om verschillende referentiekaders meer op één lijn te krijgen (Vermeulen, 2011):
    • Overbrugging: Breng organisaties bij elkaar die eenzelfde probleem zien in de huidige situatie, maar dit nog niet (genoeg) in een georganiseerde vorm uitdragen.
    • Uitbreiding: Het kan mogelijk zijn dat organisaties niet de noodzaak zien of interesse hebben om een verandering door te voeren.
      1. Breng de heersende normen en waarden in kaart en zoek naar gelijkenissen, waardoor de interesse wordt vergroot.
      2. Door grenzen van referentiekaders op te zoeken en in kaart te brengen, kan je mogelijke struikelblokken voor zijn en voordeel halen uit de mogelijkheden die ze bieden.
  • Breng hiërarchie binnen organisaties in kaart, door met meerdere personen uit organisatie te praten.
    • Kan je zowel de slaag- en faalfactoren, de organisatiestructuur en –cultuur als de interne institutionele krachten (dynamiek van normen en waarden binnen een organisatie) onderzoeken.

Luana Berghmans | Kunstbalie 

Design Thinking in het kort:

Design Thinking is een methode die uitdaagt tot een creatieve manier van denken en werken om tot innovatieve ideeën, producten en diensten te komen. Design Thinking daagt uit om buiten de muren van de eigen organisatie te treden en doelgroepen en partners te betrekken bij de ontwikkeling van producten en dienstverlening. Het gaat om het creëren van de juiste mindset waarbinnen verschillende partners vanuit hun eigen expertise kunnen bijdragen.

In Design Thinking worden empathie, creativiteit en rationaliteit evenwichtig met elkaar gecombineerd om nieuwe waarden te creëren. In essentie is het een creatief proces, dat uitdaagt de deelnemers uitdaagt om out of the box te denken. Wat Design Thinking onderscheidt van andere innovatiestrategieën is de mensgerichtheid: wat hebben mensen nodig? De doelgroep zit ook steeds mee in het proces en denkt mee na over de producten of diensten die zijn doelen moeten realiseren.

Hoe ziet zo’n sessie er praktisch uit?

Een sessie begint steeds met een case of uitdaging (we spreken binnen DT niet van problemen). In verschillende stappen gaan de deelnemers zich tot de case verhouden, zich er (emphatisch) mee verbinden. Dan worden speelse, creatieve elementen ingezet zoals illustratie, storytelling, knutselen en lego om het denken uit te dagen. In een sessie – die idealiter 1 of 2 dagen duurt, wordt steeds gewerkt naar een prototype van het idee of product/dienstverlening dat de groep kan presenteren.

Wat levert het op?

De uitkomst van een DT sessie is veelal een innovatief prototype voor een nieuw product of een nieuwe dienst. Door de rol van de facilitator en de elementen van DT hebben de deelnemers de case of probleem benaderd vanuit een onverwachte invalshoek waardoor de ideeën innovatiever en vernieuwender zijn dan wanneer bedacht binnen een “gewone” brainstorm methode. Daarnaast is de doelgroep of klant betrokken vanaf het begin, wat voor draagvlak en aansluiting zorgt.

Klaas Burger | Academie van Beeldvorming 

Klaas Burger van de Academie voor Beeldvorming geïllustreerde zijn werkwijze aan de hand van het project Camping Kafka. Het uitgangspunt is een vraagstuk waar geen (makkelijk) antwoord op is, de permanente bewoning van recreatieparken. Het is een erg politiek thema waar weinigen hun vingers aan willen branden. De kiem van Camping Kafka is acht jaar geleden gelegd. Pas recent zijn fondsen en instanties aangehaakt. Een lang en moeizaam traject als deze vraagt om ‘zelfzorg’: hoe hou je jezelf zo lang staande. Het proces ontwikkelt zich organisch waar ruimte is voor serendipiteit (de ongezochte vondst). Voor Klaas is het belangrijk een positie te zoeken in de grijze, niet institutionele ruimte.

Werkzame elementen van de werkwijze die aan bod kwamen, zijn:

  • Van ‘praten over’ naar ‘praten met’
  • Van (passief) ‘publiek’ dat vermaakt wil worden naar ‘betrokkenheid’
  • Van protocollaire probleemgestuurde aanpak naar artistieke verkenning naar perspectieven
  • Denken in veranderingen
  • Multidisciplinaire ontmoetingen tussen ‘gelijken’
  • Leren van fouten
  • Open staan voor onvoorziene kansen (serendipiteit)

Dansnest introduceerde verder een term die mooi illustreerde waar Klaas voor staat: ‘schouderen’, het samen schouder aan schouder optrekken binnen het proces.

Het project heeft inmiddels met visualisaties het vraagstuk inzichtelijk gemaakt. Zo is het bureaucratisch doolhof verbeeld in een stroomdiagram en zijn nieuwe emoticons ontworpen om de gevoelens te verbeelden van de mensen die in het doolhof beland zijn. 

Reacties
Doe mee aan de discussie! Login of registreer om reacties te kunnen plaatsen.