Studio Linie: heeft u dit kunstproject gezien?

Fotograaf: Lise Sore

Van september tot en met november 2020 voerden vier kunstenaars, een ontwerper en een filmer het project Studio Linie uit in de Bredase wijk Liniekwartier. Ondanks de restricties van de coronapandemie wisten ze contact te maken met de buurtbewoners en lieten ze op verschillende manieren weten dat ze er waren. Als een toevallige getuige wandelt Nanne op ’t Ende vijf maanden later door de wijk op zoek naar mensen die zich de interventie herinneren.

De zon schijnt en iedereen die ik aanspreek op het Edisonplein is in een goed humeur. “Ja hoor, laat maar zien! Leuke foto’s... Kunstenaarsproject? Nee, niks van gezien, maar ik woon hier niet, ik ben op bezoek voor de ramadan.” Veel mensen komen net uit de moskee. Op het plein maken ze een praatje en doen ze inkopen voor vanavond. Bij slagerij Marhaba is het spitsuur. “Klopt, we hebben meegedaan aan de actie in november. Of het invloed heeft gehad op het winkelbezoek? Nee, niet echt. Maar het was wel een leuk initiatief.” De eigenaar hakt in razend tempo een groot stuk vlees in gelijke porties. “Ja hoor, ik zou best nog eens mee doen, maar ik ben vooral benieuwd hoe het project verder is gegaan. Weet jij dat soms?”

Een half jaar nadat de fictieve kunstondernemer Adriaan van der Zon in Liniekwartier zijn vacatures verspreidde voor verpakkingsmateriaalverzamelaars, briefontvangers, klussers, thuiskoks en vlaggenhouders, wandel ik met een knalroze jack van Studio Linie door de wijk op zoek naar iemand die zich de actie herinnert. “Voor je wegfietst: mag ik je misschien iets vragen?” Ze lacht, blijft staan. “Misschien...” “Het gaat over een kunstenaarsproject dat hier in november is uitgevoerd.” “Oh, dan moet je mij niet hebben. Ik woon hier net een week.”

(Foto van Lise Sore)

Voor ik de wijk bezocht, sprak ik Niels Visser, de geestelijk vader van Adriaan van der Zon. “De plannen veranderden steeds door corona.” zegt hij aan de telefoon. “Mensen ontmoeten werd lastig, Zo kwamen we bij een fictieve bezorg- en afhaaldienst voor kunst, opgezet door Adriaan. Oorspronkelijk had ik nogal een louche type van hem gemaakt. Allerlei beloftes, maar als je hem belt, heeft hij het altijd te druk. Gaandeweg het project werd hij sympathieker, maar je kan nog wel zien waar hij vandaan komt.” Ahaaaa! “Ik vond het al zo’n onbestendig karakter: vandaag kunstmakelaar, morgen landmeter...” “Ja, ik was als ontwerper best kritisch over het nut van kunst in een wijk als Liniekwartier, waar mensen zich eerder druk maken of ze nog boodschappen kunnen doen aan het eind van de maand. Komt er een stel kunstenaars hun ding doen, die na een paar weken weer weg zijn... Ik heb waardering voor de kunstenaars gekregen, maar of de bewoners er iets mee opschieten, daar ben ik nog niet uit.” Ik begrijp zijn twijfels. Laten kunstenaars zich niet te veel voor het karretje spannen van woningcorporaties, projectontwikkelaars en gemeentes? “Ja, gentrificatie hè,” zegt Niels; “een buurt aantrekkelijker maken met kunst; investeren in groen en de kwaliteit van de woningen. De wijk gaat erop vooruit, hartstikke mooi allemaal, maar ondertussen stijgen de huren en kunnen de mensen die er al hun hele leven wonen het niet meer betalen.” “Maar wat moet je anders?” vraag ik me af. “Alles bij het oude laten, zodat de mensen nog wat langer in goedkope troosteloosheid kunnen leven?”  

Overal in de wijk worden huizen en flats opgeknapt, werklui lopen af en aan, openstaande deuren bieden zicht op ingrijpende renovaties, tussen de steigers en de bouwketen door zie ik dat het nodig was. Afbladderende verf, treurige wipkippen, lakens voor de ramen in plaats van gordijnen. Op een bankje omgeven door klusbussen en zeecontainers pak ik mijn telefoon erbij. De huizen tussen de Buys Ballotstraat en Liniestraat stonden op de nominatie voor sloop, lees ik op de site van woningcorporatie Alwel. ‘Maar uit buurtonderzoek bleek dat bewoners graag in Linie-Zuid willen blijven. Daarom hebben we bekeken hoe we dit mogelijk konden maken.’ Grondig gerenoveerd, van het gas, hm, hm, hm, bewoners hebben meegedacht, rol in de aannemersselectie... Zo te zien loopt het wel los met die gentrificatie.

Ik bel op goed geluk aan bij een huis waar ik beweging zag achter de vitrage. “Waar gaat het over? Kunst? Wacht, ik zal het mijn man eens vragen. Nee, hij zegt van niet. Sorry.”

Bij viswinkel ’t Lekkerbekje zijn ze zo druk dat ik ze niet durf te storen met vragen over het werk van Bodil Havermans. Zij had speciale papieren zakjes ontworpen voor de winkeliers in ruil voor producten uit hun winkels, die ze dan weer gebruikte om tien goody bags uit te delen in de buurt. “Ik had zes verschillende stickers gemaakt, gebaseerd op verpakkingsmateriaal dat de winkeliers me gegeven hadden. Daarmee heb ik vierhonderd zakjes beplakt.” Het multiculturele karakter van de winkels is volgens Bodil de kracht van het Edisonplein. “Tegelijkertijd schrikt het witte Nederlanders af: die gaan liever naar de Albert Heijn. Ik dacht: als ik ze nou een tasje met spullen uit die winkels aanbied, wordt de drempel misschien wat lager.” Van Marhaba had ze verse groenten gekregen, van ’t Lekkerbekje garnalen, van Buddy to Buddy een kleurplaat... “Ik had ook graag mee willen doen,” zegt de winkelier van Mega Bazaar. “Maar het liep mis. Ik heb wel zakjes gekregen, die liggen nog in de winkel.” Voor ik kan vragen naar de wierook die Bodil toch van hem had gehad, verontschuldigt hij zich; er staat een klant te wachten.

(Foto van Lise Sore)

Twee mannen van kleur komen me opgewekt pratend tegemoet. “Inderdaad, ik ga bidden, hoe wist je dat?” Zijn vriend steekt alvast de straat over. “Nee, zo’n brief heb ik niet gehad, ik woon in Doornbos. Deze foto herken ik wel: dat is daar, op het Edisonplein. Maar die jongen met die gele borden heb ik niet gezien.”

Wouter van der Giessen had mensen gevraagd om hun oude kasten in te leveren, zodat hij er sculpturen mee kon maken. “Er kwam één reactie van iemand met twee kasten, daar ben ik mee aan de slag gegaan. Jesse Bom, de filmer die ook deel uitmaakte van het team, heeft er een Buurman-en-Buurman-achtig filmpje van gemaakt.” “En daarna ben je de wijk in getrokken met die gele waarschuwingsborden?” “Ja, de oorspronkelijke bedoeling was om de kasten te gebruiken voor een groot kaartenhuis, het leek me mooi om zoiets met ‘work in progress’ borden te doen. Er gebeurt zoveel in de wijk, daar sloot het perfect bij aan.” “En hoe reageerden de mensen dan?” “Ik had vier of vijf leuke gesprekken. Maar toen ik in een speeltuintje begon te bouwen, kwam er meteen een oudere mevrouw naar buiten die wilde weten wat er aan de hand was, of de speeltuin soms zou verdwijnen en of het nog wel veilig was voor haar kleinkind. Dat vond ik mooi.”

“Nee, die borden heb ik niet gezien,” zegt een volgende voorbijganger. “Maar ik kom uit Biesdonk. Waarom was het alleen hier? Zo’n mooi project moet je in de hele stad doen!”

Het willekeurige karakter van mijn wandeling wordt steeds duidelijker. Om echt iets te weten te komen over de indruk die Studio Linie heeft gemaakt op de bewoners zou je opnieuw van deur tot deur moeten gaan, zoals in november. Vijfhonderd brieven had het team bezorgd voor Merel Stolker, die zelf door corona België niet mocht verlaten. “Ik schreef over de ontmoeting die nooit plaatsvond, over wat we hadden gemist.” Bij de brief zat een hartje van papier, dat iemand voor het raam had gehangen. “Dat had ik niet verwacht. Het mooiste was dat ik een brief terug kreeg, maanden later, van een Colombiaanse die al elf jaar in Nederland woont. Zij herkende het gevoel van gemis, schreef ze, maar ze putte hoop uit Mattheus 6:10: ‘Laat Uw koninkrijk komen, laat Uw wil gedaan worden op aarde zoals in de hemel.’ Bij de brief zat een Wachttoren, het blad van de Jehova’s Getuigen.” Ze kreeg nog een vergelijkbare reactie van een boeddhiste; daar was het bij gebleven.

In het tuintje van een hoekhuis staat een oudere man met blote armen. “Wanneer was dat, zei je? In november... nee, dat weet ik niet meer.” Ook de foto’s die ik hem aanreik over de brede heg zeggen hem niks – maar de brief wel. “Was die niet van een Belgische vrouw? Ja, dat herinner ik me nog.” “En heeft u niet teruggeschreven?” “Nee, dat niet.”

Mijn gedachten dwalen af naar vraagstukken als verdeling van welvaart, sociale cohesie, een zinvol leven. Er schuilt een utopisch verlangen in Studio Linie van deelname, wederkerigheid en nieuwe perspectieven. Zo’n vergezicht vraagt om een lange adem. “Er had maar één iemand gereageerd op de vacature voor thuiskoks,” vertelt Floor Snels, “dus ik ging zelf de deuren langs met mijn doos vol opdrachten voor bewoners. Er deed alleen niemand open. Het schemerde, ik had een lange zwarte jas aan, maar toch...” Ze onderzocht hoe mensen in Liniekwartier zich verhouden tot de Bourgondische identiteit van de stad. “Ik vroeg ze om voor vrienden te koken, en dan het menu en de tafelschikking op een kleed te tekenen. Later besefte ik dat ik daarmee best veel vroeg, toch hebben er vijf huishoudens enthousiast meegedaan.” Vertrouwen speelt een grote rol. “Toen we met het team de wijk ingingen, deden veel mensen wel open, ze begrepen dat we niet speciaal voor hen kwamen. Later ben ik nog een keer gegaan met Tom Geboers van de woningcorporatie erbij, toen wilde iedereen meedoen. Hem kenden ze.” Met de tafelkleden die ze terugkreeg, gaat Floor in opdracht van Alwel en de gemeente een permanent kunstwerk maken voor de buurt. “Mijn voorstel is een grote tafel in de openbare ruimte, waar mensen elkaar ontmoeten. Op het blad, dat de vorm krijgt van de wijk, staan dan de tekeningen en de menu’s. Binnenkort bespreken we het plan met de bewoners.”

Twee winkelende moslima’s denken dat ik van Buddy to Buddy ben. “Met die roze jas, dat past er wel bij. Wat doen ze daar eigenlijk?” “Ik geloof dat ze vluchtelingen helpen hun weg te vinden in de samenleving,” zeg ik. Van het Studio Linie project hebben ze niets gemerkt.

Ik krijg het fris, het is tijd om naar huis te gaan. In de trein richting Tilburg realiseer ik me hoe open de mensen waren die ik aansprak in Liniekwartier. Ze zetten het niet op een lopen bij het woord kunst. Ook de winkeliers zouden zo weer meewerken aan een project. Er is een tegendraadse kunstondernemer in het leven geroepen, er zijn flyers verspreid en vlaggen uitgehangen, er zijn tasjes gevuld en in ontvangst genomen, gesprekken gevoerd, brieven gelezen en geschreven, er zijn tijdelijke beelden gemaakt, maaltijden bereid, tafelkleden betekend. Er zijn blogs gepost, filmpjes gemaakt en bekeken, kunstenaars hebben integer werk geleverd. Mensen hebben ergens betekenis aan gegeven. Je kunt het kleiner maken of groter dan het is – maar dat is nergens voor nodig. Je moet het gewoon nog een keer doen.

 

Door Nanne op ’t Ende – mei 2021

Over de auteur

Nanne op ’t Ende schrijft en vertaalt voor kunstenaars, designers en kunstorganisaties. Na een opleiding monumentale kunst in ’s-Hertogenbosch werkte hij onder andere als kunstenaar en als fotojournalist in Soedan tot hij in 2010 systeembeheerder (sic) werd bij het Europees Keramisch Werk Centrum (nu sundaymorning@ekwc). Daar verschoven zijn taken al snel richting communicatie en begon hij korte teksten te schrijven voor kunstenaars die in het centrum werkten.

Sindsdien blijft Nanne zich ontwikkelen als copywriter, editor en vertaler, onder andere voor MU en Onomatopee. Daarnaast was hij communicatiemedewerker bij TAC in Eindhoven en organiseerde hij tentoonstellingen met Marianne Peijnenburg. Hij was projectleider van Art of Integration (een project met artistieke vluchtelingen), schreef over kunst voor Omroep Tilburg, en werkte als communicatiemedewerker bij MU. Op het ogenblik is hij met ontwerpers Lucas Maassen en François Chambard medeorganisator van Residency for the People, een Artist-in-Residence programma voor iedereen.

Over Witte Rook

Witte Rook is een Artist in Residence (AIR), een plek waar kunstenaars tijdelijk kunnen wonen en werken in relatie tot een specifiek doel zoals zich tot een omgeving te verhouden in het algemeen, en Liniekwartier in het bijzonder. Witte Rook gaat hierbij uit van drie methodes te weten onderzoek, inspiratie en interactie. In dit proces speelt altijd de vraag van wederkerigheid een rol: een omgeving geeft iets aan de kunstenaar, hoe kan de kunstenaar weer iets teruggeven aan de omgeving?

Over het project

Het project Studio Linie is opgezet om de kunst die gemaakt wordt bij Witte Rook naar de wijk te brengen. Hiervoor worden kunstenaars uitgenodigd om hun werkplek een tijdje in de wijk te situeren en de interactie met de bewoners op te zoeken. Samen met de kunstenaars bedenken we een verhaallijn en uitgangssituatie om zo dicht mogelijk op de actualiteit te zitten en te weten wat er speelt in de omgeving.

Studio Linie ging van start op 21 november 2020 in Liniekwartier in samenwerking met Floor Snels, Wouter van der Giessen, Merel Stolker, Niels Visser, Bodil Havermans, Jesse Bom, Eef Schoolmeesters en Malou van Doormaal.

Dit project is tot stand gekomen door Witte Rook met steun van Alwel, Gemeente Breda en het Buurtcultuurfonds Brabant. Met dank aan Kees en Wil van de Buurtsalon, Tom en Marc van Alwel en vooral ook iedereen in de wijk die ons heeft geholpen, een praatje maakte, de deur opendeed, een tasje showde, een brief las, lekker heeft gekookt, een geel bordje meenam, een hartje voor het raam ophing of gewoon even zwaaide. Dank jullie wel.

Verder lezen?

Studio Linie, een afhaal en bezorgdienst voor creatieve uitwisseling

Studio Linie in volle gang

Hoe Harmonie in de Linie kwam

Reacties
Doe mee aan de discussie! Login of registreer om reacties te kunnen plaatsen.