Ode aan de Bossche volkswijk

Hoe krijg je bewoners van de Bossche Graafsewijk naar het theater? Door samen met hen een voorstelling te maken! Het project van Paleis voor Volksvlijt en Verkadefabriek zorgde in korte tijd voor heel wat positieve opschudding in de wijk.

Bekijk de drie korte video's over de totstandkoming van de theatervoorstelling WIJ en lees hieronder het interview met regisseur Vincent van den Elshout en communicatieman Marc van Doornewaard.

Een theatervoorstelling maken voor wijkbewoners die nooit naar het theater gaan: hoe doe je dat? We gingen in gesprek met regisseur Vincent van den Elshout en communicatieman Marc van Doornewaard over de voorstelling WIJ 2019: een ode aan de volkswijk. “Publiek dat je bij de voorstellingen zag, was voor een groot deel nog nooit in dit theater geweest. Dat was eerst wat onwennig - waar moeten we heen? Hoe moet dat hier?”

Het was de eerste voorstelling van een vijfluik, dat Vincent van den Elshout namens het Paleis voor Volksvlijt maakte: WIJ. Hierna volgen nog vier voorstellingen: ZIJ, ONS, HUN en GIJ. Het zijn steeds odes aan verschillende bewoners van de stad Den Bosch: de volkswijk, de nieuwkomer, ouderen, jongeren. “Over vijf jaar wil ik dat het Paleis voor Volksvlijt een begrip is in de stad. Dat iedereen weet: dit is van ons”, begint Vincent ernstig. “En dat we elkaar als Bosschenaren weer eens vinden, met een bepaalde vrolijkheid. Dat mis ik nu wel. Een vijfluik is dan nodig om echt iets in de stad te laten beklijven. Als je echt iets wil verankeren, dan moet je daar de tijd voor nemen.”

WIJ is dus de eerste voorstelling uit een reeks. Waar haal je je inspiratie vandaan?

Vincent: “Ik ben op m’n fiets gestapt en de wijk in getrokken. Gewoon, babbelen. Met de dokter, met de sociaal werkers. En natuurlijk ook met de buurtbewoners. Niet te veel poeha, maar gewoon: praten en luisteren.” Schrijver Nasja Covers goot de verhalen in een scenario en het repeteren - met zowel vrijetijds- als beroepsspelers - kon beginnen. De repetities in wijkcentrum De Slinger waren openbaar, iedereen mocht binnenlopen. “Wat daar gebeurde vond ik echt heel tekenend voor hoe deze voorstelling tot stand is gekomen”, vult Marc lachend aan. “Zaten de acteurs daar aan tafel, grotendeels Bossche vrijetijdsspelers, gingen ze eerst tien minuten discussiëren over de tekst. Nasja had iets geschreven en daarvan zeiden ze: ‘ja, maar zo zeggen we dat niet in Den Bosch!’ Om vervolgens na wikken en wegen met een Bosch’ alternatief te komen.” Het werd daardoor een voorstelling waar veel mensen zich in herkenden, merkte Marc. “Toen ik zelf tussen het publiek zat tijdens de voorstelling, zag ik Bosschenaren om me heen knikken. Van ja: dat is zo. Zo zeggen wij dat, of: ja, ja, zo gaat dat hier in Den Bosch.”

Was dat belangrijk, die herkenbaarheid?

“Ja, absoluut”, zegt Marc. “Het project is ontstaan vanuit het besef dat de Verkadefabriek eigenlijk maar een beperkt deel van de stad bedient. De uitdaging was om een ander publiek naar dit theater te krijgen. Daarom zijn verhalen van mensen zélf van belang. Ze beseffen zich zo: hé, dit gaat ook over mij!”, duidt Marc. “Publiek dat je bij de voorstellingen zag, was voor een groot deel nog nooit in dit theater geweest. Dat was eerst wat onwennig - waar moeten we heen? Hoe moet dat hier?” Er verschijnt een grote glimlach op Vincents gezicht: “Of dat mensen tijdens de voorstelling even van de tribune lopen om een sigaret te gaan roken. Aan mij werd dan gevraagd: ‘moeten we daar iets van zeggen?’ Mijn antwoord is: nee, dit moet kunnen. Als het niet storend is natuurlijk.”

Marc:Met deze voorstelling lieten we zien dat het mogelijk is om een ander publiek naar het theater te krijgen, zónder dat je daarvoor op de knieën moet. Je hoeft geen Toppers te programmeren of ander plat vermaak, want WIJ was gewoon een goede voorstelling. Dat vind ik toch bijzonder, dat dat lukt, en dat bijvoorbeeld de jongens van piratenzender Radio Mexico zo verknocht zijn aan zo’n voorstelling, in deze cultuurtempel.”

Hoe kregen jullie dat voor elkaar?

“Dat heeft denk ik te maken met een lumineus idee van mijn overbuurman”, knikt Marc naar Vincent. “Namelijk: het idee voor ambassadeurs. Vanuit het Paleis voor Volksvlijt benaderden we allerlei partijen in de stad met de vraag: willen jullie onze blijde boodschap uitdragen? Dat gaat van woningbouwverenigingen tot aan de friettent in de Graafsewijk en het opbouwwerk in de Copernicuslaan. De kapper, Radio Mexico. Dus heel divers.” De ambassadeurs van het Paleis voor Volksvlijt droegen met trots hun ambassadeurschap uit: met een plakkaat bij de voordeur, maar ook door erover te vertellen aan hun klanten, vrienden, familie en buurtgenoten. Zo zorgden ze voor een grote achterban in de volkswijken: een woningbouwvereniging kwam met 250 bewoners uit de Graafsewijk kijken, het opbouwwerk nam een hele club geïnteresseerden mee. En tijdens en na de voorstelling raakten toeschouwers uit verschillende bezoekersgroepen met elkaar aan de praat. “Aan het einde bept iedereen op de tribune met elkaar, dwars door de muziek heen. De ontmoeting is er. En het is grappig, want je moet dus over de muziek van de zanger heen schreeuwen”, grijnst Vincent. Hij vertelt over een politieagent die in gesprek kwam met de mannen van Radio Mexico, een station waar de betreffende agent zelf al 25 keer korte metten mee had moeten maken. Vincent: “De politieagent zei: ‘we vonden het eigenlijk ook een beetje sneu dat we jullie steeds op moesten rollen.’ En zo zie je: door zo’n ontmoeting komt er ineens een heel ander gesprek op gang.”

Net hadden we het over de repetities, en dat spelers zich met de tekst bemoeiden. Was het moeilijk om de controle los te laten?

Vincent: “Je moet geduld hebben, als regisseur. Ik ben inmiddels op een leeftijd dat ik het beter kan opbrengen, dat geduld. Nu is het van: oké laat die discussie maar even gebeuren. Ik had natuurlijk wel mijn schema in het hoofd”, legt hij uit. Marc: “Het helpt ook dat jij echt tussen de spelers gaat staan, in plaats van erboven. Je voelt je niet verheven, maar je speelt mee.” Vincent: “Deze manier van werken geeft energie. Het idee is ook: je moet het niet voor mij doen, maar voor elkaar en voor het project. Het grappige is, door mijn spelers serieus te nemen, elk idee aan te horen en door te zeggen: ‘Oké wat jij wil, doe het maar’, gaat iedereen die meedoet zich verantwoordelijk voelen. Ze worden eigenaar van de voorstelling. Tsja, dan heb je als regisseur een sweet walk in the park. Het is fantastisch dat je even bij zo’n familie hoort, die gelijkgestemd is.”

 

“Verhalen van mensen zélf zijn van belang: hé, dit gaat ook over mij!”

 

Wanneer is het vijfluik geslaagd volgens jullie?

Marc: “Ik denk dat het geslaagd is, als het loopt zoals het nu loopt. En dat het publiek over vijf jaar als het ware in elkaar overloopt. Een deel van het publiek van dit jaar komt volgend jaar weer terug. En delen van het publiek van de eerste twee jaren gaan ook naar de voorstelling in het derde jaar. Dat we zo als een olievlek, de hele stad langzaamaan bestrijken. Dat het op steeds meer plekken terugkomt. En dat er nog meer ambassades zijn, die ook buiten voorstellingen om zorgen voor verbinding in de stad.” Vincent: “Wij staan ons hier in Den Bosch wel op de borst te kloppen dat we cultuurstad van het Zuiden zijn, maar in het promotiefilmpje dat bij de campagne hoort komen dan vooral kroegen voor. Terwijl, die cultuur, dat zijn wij: de Bosschenaren. Dat besef moet wat mij betreft nog verder groeien. En daar voel ik een verantwoordelijkheid voor.”

Films door Karen Ebert van Sturmfrei Films, interview door Iris van den Boezem.

Reacties
Doe mee aan de discussie! Login of registreer om reacties te kunnen plaatsen.