Community art: Wat is het je waard?

“We kijken ook graag verder dan de fondsen en vinden bijvoorbeeld partners in het bedrijfsleven”, vertelt Bartelijn Ouweltjes van Theatergroep Bint. “We zetten theater in om mensen te verbinden. Zo ook bij ons community art project: een voorstelling met ouderen over de dood. Wanneer we op zoek gaan naar geschikte financiering, kijken we welk bedrijf aansluit bij het thema. Zo kwamen we uit bij uitvaartverzekeraar Ardanta. Die zag wel iets in dit project.” Het onderwerp financiering is veel besproken bij community art-projecten. Vaak blijkt dat de projecten erg arbeidsintensief zijn en kunstenaars er veel meer uren insteken dan ze ervoor betaald krijgen. Maar hoe zorgen we ervoor dat er een gezondere en meer duurzame vorm van financiering van community art projecten in Brabant komt?

“Als kunstenaar moet je staan voor je product, maar ook voor wat je waard bent”, vertelt maker Annet Nooijen, “Dat gebeurt vaak niet, want in de hele kunstensector is geld een probleem. Wanneer ik goed wil rondkomen van mijn werk, dan moet ik me een burn-out werken. Ik vind het werk fantastisch en ik investeer heel veel in de projecten, maar verdien er onvoldoende mee om goed rond te komen. Dat mag wel iets meer in balans zijn.”

Uit het onderzoek van Kunstbalie en CAL-XL blijkt dat wanneer je kijkt naar de dekking van de kosten bij de projecten, de financieringsmix en de inzet van de betrokkenen, dat de projecten vaak sterk afhankelijk zijn van externe fondsen. De kosten zitten vooral in uren en minder in materialen. De projecteigenaars (kunstenaars en makers) en partners steken gezamenlijk ook eigen middelen in de projecten, maar relatief weinig ten opzichte van externe fondsen. De projecteigenaren en partners investeren overigens wel relatief veel eigen tijd in de projecten, net zoals Annet benadrukt: “Ik werk het dubbele aantal uren dan dat ik factureer. Ik accepteer het ook, maar eigenlijk is dat niet de bedoeling.”

Weet je nog een potje?
De kwestie geld, of juist het gebrek eraan, is bij veel community art-betrokkenen een belangrijk thema. Zo merkt Warner Werkhoven, senior adviseur kunstbeoefening bij Kunstbalie op: “We krijgen veel vragen over financiering, maar vaak komt het neer op ‘weet je nog een potje?’ Maar veel meer potjes zijn er niet en ze dekken ook niet altijd de werkelijke hoeveelheid uren. Daarnaast kost het veel tijd om een subsidieaanvraag te doen en zijn projecten kwetsbaar omdat ze vaak te afhankelijk zijn van enkele fondsen. Een vervolgproject aanvragen is lastig, omdat subsidies eenmalig zijn. Ook is er een gebrek aan financiering voor community art projecten die niet aan een wijk gerelateerd zijn, maar aan een maatschappelijk thema als armoede of eenzaamheid.”

Jij Maakt Het Mee
Willemijn in ’t Veld is senior programma-adviseur Jij Maakt Het Mee en Kunst- en Erfgoedparticipatie bij het Fonds voor Cultuurparticipatie en merkt ook dat de doorlooptijd van subsidies vaak lang is voor de aanvragers. “Daarom hebben we nu het online platform ‘Jij Maakt Het Mee’. Hier kunnen subsidieaanvragers hun project online indienen en wordt het hele proces online gedaan. We geven dus ook onze beoordeling van het project online en we denken mee met de aanvrager”, vertelt Willemijn. “In plaats van een gemiddelde doorloopperiode van 13 weken bij subsidies, wilden we nu de drempel verlagen en een transparante manier bieden om subsidie te verstrekken en binnen 8 weken afhandelen”, gaat ze verder.

“In eerste instantie dien je als aanvrager een ‘wild idee’ in en heb je zes weken de tijd om dit idee verder uit te werken tot een projectplan. Daarbij helpen wij ook mee, zodat je niet achteraf hoort dat je iets had moeten aanpassen, maar tijdens het proces al. Dat zorgt ervoor dat er een echt goede aanvraag ontstaat”, zegt Willemijn. “De beoordeling bestaat voor de helft uit onze stem en voor de helft uit de stem van het publiek. Dus vrienden, familie en andere betrokkenen kunnen stemmen op jouw project en zo kun je uiteindelijk je subsidieaanvraag gehonoreerd krijgen als je genoeg stemmen hebt.”

Nieuwe mindset
In een andere mindset rond de realisatie van community art projecten ligt volgens Warner nog een goede kans. “Niet alleen de focus op de kosten, maar ook op de opbrengsten, kostenbesparing en de commitment. Maar ook verder kijken dan alleen één project is van belang”, aldus Warner. “Het leren kennen en winnen van vertrouwen van partners en doelgroepen kost veel tijd (en ook geld) en als dat opgebouwde netwerk en vertrouwen niet wordt benut in een vervolgproject, is dat kapitaalvernietiging.”

Ook voor Monique Zijp, artistiek leider van EELT Theatercollectief, is jezelf voor een langere tijd binden aan een project in een buurt erg belangrijk. “Het zijn complexe processen die in een wijk spelen. Vaak duren projecten nu een half jaar, maar ideaal zou het zijn als deze anderhalf jaar duren. Dan bouw je een gezamenlijke herinnering op in de wijk en kunnen de bewoners ook zelf verder.” Daarnaast ziet Monique ook dat de financiering van projecten vaak moeizaam verloopt. “Het zou goed zijn als alle betrokkenen met elkaar aan tafel zouden gaan zitten: van overheden en ondernemers tot aan de fondsen”, zegt ze.

“Co-creatie is ook op het front van financiering nodig. Wat zijn de doelen? Samen het budget bepalen en bekijken hoeveel geld er is en wat je ervoor kan doen. Dat zou zo’n andere energie geven, als partners samen zouden zitten en het project bespreken”, vertelt Monique. “Nu is het zo dat je een projectplan uitwerkt en indient en voorspellingen doet over de toekomst, maar geen idee hebt wat er uitkomt. Daarnaast heb ik al vaker meegemaakt dat ik verschillende partijen had benaderd voor een nieuw project en zij al tijd hadden gestoken in het meedenken hierover en dan blijkt dat het fonds geen geld verstrekt. Dat werkt demotiverend, dus ik zou het graag andersom zien”.

Veranderende rol
Bartelijn ziet voor de cultuurfondsen een rol weggelegd als structurele subsidieverstrekkers. “Ik denk dat fondsen een andere rol mogen krijgen. Als ze zich meer richten op structurele samenwerkingen met kunstenaars en makers, kunnen er meer projecten voor de langere termijn gemaakt worden. Nu is er telkens een project en vraag je telkens nieuwe subsidies aan, waardoor je opnieuw moet beginnen. Het zou mooi zijn als je een standaard financieringsmogelijkheid hebt om sowieso projecten te maken en als je extra geld nodig hebt, dat je dan kunt aankloppen bij bedrijven.”

Innovatie
Zo’n structurele subsidie is volgens Willemijn een mooi streven, maar voor het Fonds voor Cultuurparticipatie niet weggelegd. “We hebben als stimuleringsfonds vooral regelingen die projecten subsidiëren, maar ik snap dat het voor kunstenaars heel fijn zou zijn om een basisinkomen te hebben voor hun projecten. Wellicht is daar een rol weggelegd voor de gemeenten of provincies. Wij stimuleren vooral innovatie en vernieuwing en letten daar ook echt op bij de aanvragen. Uiteraard kijken we ook naar de impact die projecten hebben op de maatschappij en willen we ook dat een community art-project een beweging in gang zet in de samenleving. Daarom kijken we bij een aanvraag ook naar het proces dat beschreven is. Het gaat niet alleen om de uitkomst, maar ook om de weg ernaartoe. Je kunt niet altijd de uitkomst van een project voorspellen, maar wel kaders geven en schetsen waar je naartoe wilt in een project. Daar kijken wij naar.”

Bedrijfsleven
Voor het project ‘Lang zullen ze leven’, de voorstelling met ouderen over de dood, zorgde Bartelijn dat ze met haar theatergroep Bint op meerdere fronten de financiering rond kreeg. “We hebben allereerst de fondsen die we kenden aangeschreven, maar daarvan kregen we kleine bedragen. Toen hebben we nagedacht welke partners we nog meer konden benaderen”, aldus Bartelijn.

“Je moet dan groter denken en rondom het maatschappelijke thema interessante bedrijven zoeken. We kwamen al snel bij uitvaartverzekering Ardanta uit, want die hebben natuurlijk alles met het thema ‘de dood’ te maken. Na een maand was het geregeld. Dat is echt een voordeel ten opzichte van de doorlooptijd van subsidieaanvragen, want dat duurt zo lang!”, vertelt Bartelijn.
 

Artistieke kwaliteit en verbinding
Bij de financieringsafspraken maakt Bartelijn ook duidelijk de afspraak dat de bedrijven geen invloed hebben op de artistieke inhoud. “Dat werkt goed, want het gaat de bedrijven uiteindelijk vooral om hun naamsbekendheid en een positief imago door het projecten en ze laten ons de inhoud bepalen.”

De financiering van community art projecten is een thema dat bij veel kunstenaars leeft. Ondanks dat er zeker veranderingen en andere manieren van denken nodig zullen zijn bij alle betrokkenen, is het ook van belang dat de verbinding met de maatschappij en de vraagstukken die er leven, voorop staat. Bartelijn: “Een kunstenaar moet ook creatief blijven in het vinden van de juiste financiering, want zo houdt hij of zij wel verbinding met de samenleving en ziet dan waaraan echt behoefte is.”

Sander van Bussel van Tilburg Cowboys benadrukt het belang van beter betaalde projecten: “Wanneer je meer tijd hebt (en dus geld) om dieper op een project in te gaan, haalt iedereen meer voldoening uit het project en is er meer tijd om te reflecteren. Zo wordt de kwaliteit beter. Daarnaast wil ik niet alleen afhankelijk zijn van subsidies. Ik wil mijn concept niet vormen naar subsidies, maar nuttige kunst maken die impact heeft.”

Hoe zorg jij voor de financiering van je project? Deel je tips en tricks met ons en praat mee via onderstaand reactieveld!

 

Reacties
Doe mee aan de discussie! Login of registreer om reacties te kunnen plaatsen.